De afgelopen weken hebben wij voor een opdracht van de gemeente Tilburg ambtenaren geïnterviewd over de maatregelen voor de anderhalvemeter openbare ruimte in hun gemeente. We hebben stedenbouwers, managers, verkeerskundigen, gebiedsbeheerders en landschapsarchitecten gesproken. We hebben zolderkamers, woonkamers, logeer- en studeerkamers, kinderkamers en heel af en toe een heuse kantoorkamer (dat is lang geleden!) gezien. Met vaak nog een been in de crisisorganisatie wordt er bij gemeenten nagedacht over hoe nu verder. Wat betekent dit voor de toekomst van de openbare ruimte? Hoe houdbaar zijn de maatregelen die zijn genomen met bebording, belijning en extra inzet op handhaving? Welke kansen zijn er voor de buitenruimte: minder autoverkeer? Meer ruimte voor groen en spelen? Meer ruimte voor voetgangers en fietsers?
Vrijwel alle gemeenten merken dat de waardering voor de openbare ruimte is toegenomen. En dat is goed nieuws voor al die mensen die dagelijks werken aan een mooie, gezonde en veilige leefomgeving. Er wordt nagedacht over de nieuwe betekenis van de openbare ruimte en hoe je die waardering kunt verzilveren. Een ander belangrijk punt is de gebruiksdruk van de openbare ruimte. Om voldoende afstand van elkaar te kunnen houden moet de gebruiksdruk op sommige plekken (vaak de centra) beperkt worden en meer verspreid worden over andere delen van dorpen of steden. Welke rol pak je hierbij als gemeente? Ga je faciliteren in de vorm van druktemeters of sluit je gebieden af als het te druk wordt?
Er zijn inmiddels talloze voorbeelden bekend, maar hoe maak je als gemeente de juiste keuzes voor de komende tijd? We onderscheiden daarbij drie vraagstukken waarin gemeentes keuzes kunnen, of misschien wel moeten, maken: een nieuwe kijk op de betekenis van de openbare ruimte, op het gebruik hiervan en tenslotte op de rol die je hierin pakt.
Nieuwsgierig naar het onderzoek? https://maaksamenruimte.nl/publicatie/onderzoek-anderhalve-meter-in-de-openbare-ruimte/
de foto hierboven is van Csaba Zsiros


